Een eigenwijze kater geeft zijn visie op de samenleving in 'De wereld volgens Wikkes'
In december had ik een pijnlijke aanvaring met een katvijandig mens met als resultaat een verbrijzelde wervel en veel pijn mijnerzijds. Intussen ben ik al enigszins gerevalideerd, al zal mijn staart nooit meer de gratie hebben van weleer. Ik schrijf dit niet om uw medelijden op te wekken, maar om u deelgenoot te maken van mijn ervaringen in de achterliggende periode.
Gedurende mijn ziekmand heeft mijn mens een eigenaardige activiteit ten toon gespreid. Dat ik meegesleept werd naar artsen en pillen in mijn maag gesplitst kreeg, is tot daaraantoe. Ik weet dat dat voor mijn bestwil was.
Maar ze wilde ook mijn gaan en staan bepalen en tilde me naar plaatsen waar ik niet wilde zijn. Ze nam totaal het heft in handen, 't Is dat ze 't niet kon, maar anders had ze zelfs het spinnen van me overgenomen. Werkelijk, ik werd gesmoord in haar troetelzucht! Overbezorgd zat ze me zelfs op de hielen als ik probeerde in de tuin mijn behoefte te doen. Zeg nou zelf, wie zit er op zijn gemak als een ander toekijkt?
Ik heb van een buurkat vernomen dat dit gedrag veel voorkomt bij mensen. Troetelzucht of zorgdrang wordt niet alleen op katten, maar ook op dieren van hun eigen soort botgevierd. Zodra een mens door ziekte, ongeval of levenssituatie enigszins fysiek of financieel afhankelijk is van anderen storten deze zich als bloedzuigers op het slachtoffer om te helpen.
Begrijp me goed, er is niks mis mee als iemand een pootje uitsteekt om een ander van dienst te zijn. Het is wel mis als aan dat pootje onuitgesproken voorwaarden zitten. Dan is het geen pootje, maar een duim om de hand eronder te houden. (Het is niet toevallig dat de duim bij mensen krachtigste vinger is.)
Mijn mens liet mij niet doen wat ik zelf kon en wilde: wat strompelen in de tuin en op mijn gemak een behoefte doen in de tuin van de buren. In de mensenwereld komt hetzelfde voor: de bijstandsvrouw krijgt strafkorting als ze een Hbo-opleiding volgt om uit de bijstand te komen. Mensen op de sociale werkplaats mogen blij zijn dat ze wat om handen hebben. Ze moeten niet ineens voor hun rechten op willen komen.
Dankbaar moet je zijn, nederig en klein. Behalve als je gezond bent, sterk en machtig.