Wanneer ben je echt groots? Als je je niet te groot voelt om de kleinste te zijn.
Themaverhaaltje, gepubliceerd in Kind op Maandag, februari 2007, voor groep 5-8 van de basisschool.
Vrolijke vlaggetjes, oranje petjes en slingers: het is feest in het dorp. De koningin komt vandaag. De kinderen van Marije’s school zullen een speciaal lied voor haar zingen. En Marije zal haar een bos bloemen geven. Zenuwachtig staat ze te trappelen op haar nieuwe rode schoenen, speciaal voor deze dag gekocht. Daar komt de fanfare om de hoek. De grote tuba’s glimmen in de zon. En achter de fanfare, tussen een heleboel mensen, loopt de koningin! De burgemeester loopt naast haar. De fanfare zwijgt, de stoet stopt terwijl de koningin vlak voor de school van Marije staat. Meester Jan van groep acht geeft een teken en de kinderen zingen hun lied uit volle borst. Daarna krijgt Marije van juf Angčle de bos bloemen. Ze stapt naar voren en geeft met een buiging de bloemen aan de koningin. “Dankjewel, hoe heet je?”, vraagt de koningin. Marije zegt haar naam. “Wacht even, Marije,” zegt de koningin. “Je veter zit los. Straks val je nog.” Ze hurkt voor Marije en legt een strik in de veter. Als ze weer opstaat, zegt ze: “Mooie schoenen. Tot ziens Marije.” Helemaal beduusd kijkt Marije de koningin na. Haar wangen zijn net zo rood als haar schoenen.