Een eigenwijze kater geeft zijn visie op de samenleving in 'De wereld volgens Wikkes'
Het is weer zover! Mijn mens heeft het weer op haar heupen: de hele kamer gaat overhoop. De bank op de plaats van de kast, de kast op de plaats van de luie stoel en de luie stoel verdwijnt naar boven. Ineens ziet ze dat er ook iets aan de muren moet gebeuren. Schilderijen worden verhangen, een muurtje wordt gewit. Een week of langer zitten we in de rotzooi, daarna wordt er nog geschoven op centimeters: een tikje naar links, een schuivertje naar rechts, nee toch nog ietsje terug, ja zo, nee niet te ver, goed zo ja dat is het, vind je niet?
Aan mij wordt niks gevraagd. Logisch, want ik vind het maar niks. Ik raak compleet gedesoriënteerd en loop naar de luie stoel om te ontdekken dat daar nu de Yucca staat. Geurvlaggen moeten opnieuw worden uitgezet. Alweer moet ik een plekje vinden en dat bevechten op mijn huisgenoten. En telkens als het schuiven weer begint, is er die fnuikende onzekerheid of ik op een dag niet tezamen met de luie stoel op straat zal worden gezet. Overbodig. Past niet meer in het interieur.
Kijk, tegen verbeteringen heb ik natuurlijk geen bezwaar. Maar zeg nou zelf, verbetert er echt iets door al dat gesjouw? Al sinds ik hier woon is er met de regelmaat van de seizoenen zo'n reorganisatie. Als dat telkens een verbetering was, zouden we ons inmiddels in de zevende hemel bevinden. Maar hoe komt het dan dat je mij en mijn huisgenoten steeds harder hoort klagen? En dat ik nu al weet dat over een paar maanden het roer weer helemaal om moet?
Ze zit tevreden op de bank en geniet van de ramen waar je weer doorheen kunt kijken. Een frisse wind doet de schoongewassen vitrages wapperen. Ik lig op haar schoot en ik moet toegeven: in deze nieuwe opstelling heb ik fantastisch uitzicht op de duiven van de buurman en de charmante siamees van hierachter.
December 2000