Een eigenwijze kater geeft zijn visie op het leven in de column 'De wereld volgens Wikkes'
Opzitten en pootjes geven: dat moest ik in de afgelopen weken tegen wil en dank leren. Aanleiding was het feit dat ik met alle plezier 's avonds met mijn mens een blokje om ga. Hier in de wijk hebben verder alleen honden de gewoonte om hun mensen mee uit te nemen. Dus zei mijn mens: "Wikkes, als je net als een hond uitgelaten wilt worden, dan kun je ook wel leren opzitten en pootjes geven."
Ik hoef natuurlijk niet aan die flauwekul mee te doen. Maar het is wel de enige manier om buiten voedertijd aan kattenbrokjes te komen. Want telkens als ik een poot geef, zeggen ze "braaf!", en krijg ik een brokje. Natuurlijk is dit hele gedoe wel beneden mijn waardigheid, om niet te zeggen: honds. Ik zorg er wel voor dat mijn medehuiskatten het niet zien. Maar die brokjes zijn wel erg lekker.
Hoewel dat hele gepootjesgeef vernederend is, heb ik gelukkig mijn zelfrespect weten te behouden. Ik bedenk me namelijk het volgende: Mijn mensen hebben macht, want ze kunnen bepalen of ik brokjes krijg of niet. Maar dat wil niet zeggen dat ze beter zijn dan ik. Integendeel. Wat eerst liefde en dankbaarheid was, hebben zij tot handeltje verlaagd.
Maar het is en blijft mijn poot, dus ik bepaal of ik 'm geef of niet. Dat hebben ze tot hun grote ergernis ervaren toen ze hun gasten wilden laten zien wat ik kon. Hoe ze ook smeekten, ik hield mijn poot stijf.
Zo blijk ik ineens ook macht te hebben: de macht mijn mensen voor aap te zetten. Daar laat ik graag een brokje voor schieten!
Juni 1997