Een eigenwijze kater geeft zijn visie op de samenleving in 'De wereld volgens Wikkes'
Op zich was het niet eens zo'n vervelende bijeenkomst, daar op de schutting achter het huis met de kersenboom. We waren met ons achten, buurtkatten van rondomme, en hadden de laatste nieuwtjes uitgewisseld. Er werd nog wat gegrapt over Rooie, die flirtte met de witte Siamees van het balkonnetje met de geraniums. Rooie liet zich niet op de kast jagen en zei: "Gelukkig kan ik niet blozen, zoals de mensen, anders zou ik nu licht gaan geven". Waarop Manke zo hard moest lachen dat hij bijna van de schutting viel.
Maar op het laatst kreeg het voor mij toch nog een vervelend staartje. Ik ben namelijk de enige zwarte kat in het gezelschap. De anderen zijn cypers, rood, wit of gevlekt. Na die opmerking van Rooie, ging het ineens over kleur, dat cypers een streepje voor hebben en dat geen kat zo bont is of er zit wel een vlekje aan.
Vrij onschuldig allemaal, tot weer het cliché uit de kast gehaald werd dat zwarte katten ongeluk brengen. Dat is onder mensen een hardnekkig bijgeloof. We zouden een verbond hebben met de duivel, of vermomde heksen zijn. En nu bleek dat de buurtkatten, die ik toch voor zeer intelligent hield, deze onzin ook geloofden. Dus ik zei: kijk dan naar mij, heb ik jullie, of de mensen ooit ongeluk gebracht? Nee, dat moesten ze toegeven. Maar, zeiden ze erbij, jij bent anders: jij hebt je aangepast. Je bent eigenlijk wit, kijk maar naar je bef. Ja, wit ben je, met toevallig wat meer zwart over de rest van je lijf.
Ik vond dat niet leuk. Ik ben trots op mijn zwarte vacht. Ik voelde me plotseling heel eenzaam worden. En machteloos ook. Hoe kan ik ze ooit van hun bijgeloof afbrengen, als ze mijn werkelijke kleur niet willen zien? Ik moet eerlijk bekennen: na afloop werd ik steeds kwader. Ik werd zo kwaad, dat ik serieus heb overwogen om ze voor één keer ongeluk te brengen. Nee, ik heb het niet gedaan. Dat zal dan wel door mijn befje komen.
Januari 2000