Een eigenwijze kater geeft zijn visie op de samenleving in 'De wereld volgens Wikkes'
Kerst. Breek me de bek niet open! Gezellig noemen de mensen dat. Het is een verjaardagsfeestje van een oud mannetje in een rood pak, dat op een rinkelende slee achter een rendier door de lucht schijnt te rijden en cadeautjes naar beneden gooit. Bomen worden omgehakt en in de huizen gezet, overal de geur van walmende kaarsjes. Een mooie krabpaal is natuurlijk niet weg, maar deze zit vol terugstekende naalden. En ik houd meer van kaas dan van kaars.
Wel aangenaam is het eetgedrag van de mensen in die dagen. Konijn, kalkoen, kip, hmmm. Ze maken meer klaar dan ze op kunnen en na afloop heeft niemand zin om de afwas te doen. Dus alle gelegenheid voor ons om ons op de resten te storten die op het aanrecht zijn gezet.
De brandende kaarsjes en het vele eten zorgen voor een verhoogd zuurstofverbruik. Waarschijnlijk is het daardoor dat een vreemd soort aandoening zich in die dagen van de mensen meester maakt. Laat ik het kerstwee noemen: het is iets weeïgs dat over hen komt, een oprisping van erbarmen met de ontheemden en medelijden met daklozen. Massaal focust men op die lieve, zielige mensen zonder thuis, die zich de benen uit het lijf lopen van het kerstcafé, via de kerstnachtdienst naar de kerst-inn. Zoete woordjes van vrede worden gekweeld en nog gauw voor het einde van het boekjaar worden grote giften aan zielige mensen gedaan.
Een paar dagen later worden met oorverdovend geknal deze boze geesten verdreven en wordt de mensheid weer tot de orde geroepen. De bomen worden in de hens gestoken. Zakken vol overmaat worden aan de weg gezet en - na een grondige inspectie door ons, katten, met medewerking van honden en meeuwen - door de vuilniswagen opgehaald. Men gaat op dieet en er wordt weer gewoon gezanikt over junks die de wijk onveilig maken en daklozen die hinderlijk in de weg zitten op het bankje in het openbare plantsoen. Zo ken ik de mensen weer.
December 1998