Jan Kooper was veertig jaar diaken. Een terugblik op een half mensenleven diakonaat. Als diaken bij de Hervormde Gemeente, als lid van de Commissie van Bijstandszaken en vanuit zijn werk bij de afdeling schuldsanering van de Gemeentelijke Kredietbank. Over conjunctuur, voelsprieten en dilemma's in het diakonaat.
In 1963 begon Jan Kooper, na aandringen vanuit de Hervormde wijkgemeente Mariahoeve, als diaken. 'In die eerste jaren waren er in september en oktober veel aanvragen bij de Commissie van Bijstandszaken voor twintig mud kolen. Als een diaken voor iemand een aanvraag deed, kon hij naar zo’n vergadering om de aanvraag toe te lichten. De Commissie vroeg dan: "Zou je ook niet eens kijken of ze meer hulp nodig hebben?" Zo leerde je verder te kijken.'
De economie ging bergopwaarts. 'Het is wel steeds onoverzichtelijker geworden. Allemaal vaste lasten die je in de gaten moet houden. Gas, licht, water, gemeentebelastingen, huur... Loop je een maand achter, dan moet je de volgende maand dubbel betalen. Dan gaat het heel snel. Voor je het weet staat de deurwaarder op de stoep.'
Eind jaren zeventig zakte de economie in. 'Als de conjunctuur daalt moeten mensen strepen in het budget. Dat is moeilijk. Mensen kopen tegenwoordig ook veel makkelijker op krediet en op afbetaling bij postorderbedrijven. Ik moest bij een schuldsanering soms keihard zijn. Ik heb eens iemand die diep in de schulden zat voor de keuze gesteld: "Of u houdt uw auto óf uw kinderen krijgen uit school een glas melk en kunnen naar de sportclub. Bespreekt u die keuze eerst maar eens met uw vrouw."'
Studenten op de opleiding voor maatschappelijk werk waar Kooper gastlessen verzorgde, reageerden eind jaren '70 verontwaardigd op dit voorbeeld. 'Ik had net zo goed een bom in de klas kunnen gooien. Die auto vonden ze een verkregen recht. Toen zei ik: "Wat dan? Dan laten we de client in de zorgen zitten en wij wassen onze handen in onschuld."'
'In zekere zin was het amateuristisch. Je deed gewoon wat op je weg kwam.' Dat was niet alleen hulp bij financiële problemen, maar bijvoorbeeld ook jarenlang dagelijks – ook in de weekends – een eenzame wijkbewoner bezoeken. De wijkbus rijden. Een winkeltje runnen in het verzorgingshuis. Bemiddelen in een conflict.
'Ik hoorde vaak van mijn vrouw als er iets fout zat. Ik was hele dagen op mijn werk. Bij het eten zei mijn vrouw dan: "Het gaat niet goed met die en die, je moet daar eens langsgaan." Dat had ze opgemerkt als ze boodschappen deed. Dan ging ik er 's avonds heen. De eerste keer hoorde je niets over het probleem, de tweede keer vaak ook niet. Meestal kwam pas bij het derde bezoek de vraag op tafel.'
Het werk van de huidige diakenen is volgens Kooper veel meer dan vroeger organiseren en regelen. Maaltijdgroepen, de ouderensociëteit. De diakenen vormen bovendien een kleine tussengroep: tussen de 30 en 55 jaar. Druk met het gezin, druk met hun werk. 'Ze moeten met te weinig mensen te veel. En er moet zo nodig vergaderd worden. De huidige diakonie is een bedrijf geworden, met vergaderingen en evaluaties. In de wijk zelf lopen en rondkijken, signalen opvangen, dat is er niet meer bij.'
Diakenen dienen nog maar zelden een aanvraag in voor eenmalige bijstand. 'Ik was bij een bijeenkomst voor diakenen in een wijk waar de nood hoog is, maar ze wisten het niet. Als je je voelhorens niet uitzet, zie je het ook niet.'
Daarnaast heeft de secularisering het werk van de diaken veranderd. 'Als iemand tussen de 65 en 70 was en naar een bejaardenhuis wilde, dan vroeg je naar welk huis ze wilden. Dat was simpel: Oostduin, want dat was Hervormd. Je vulde dan samen het formulier in. De intake werd gedaan door de diakonie.' Tegenwoordig bepaalt de indicatiecommissie van de gemeente of je in aanmerking komt voor een verzorgingshuis. Alleen wie zelfs met thuiszorg het niet redt, komt in aanmerking voor het verzorgingshuis.
Kooper maakt zich zorgen om de privacy van hulpvragers. De verleiding is groot om even achter iemands rug om een telefoontje te plegen naar de Sociale Dienst of iemand daar al bijzondere bijstand heeft aangevraagd. 'Ja, ik ben wel eens belazerd, dan merkte ik later dat iemand in verschillende wijken hulp had gekregen. Als je twijfelt sta je voor het dilemma: stel dat je keihard nee zegt, maar je had het mis. Wat geeft jou het recht om nee te zeggen?'
Waar heeft Jan Kooper de energie vandaan gehaald? 'Ik heb veertig jaar de gezondheid gekregen. Als het op je weg geplaatst wordt, zeg je geen nee. Je moet je later kunnen verantwoorden voor wat je gedaan hebt.' Hij was wel veel weg bij zijn gezin. 'Daar heb ik wel spijt van.' In januari ontving Kooper de zilveren erepenning van de Hervormde Diakonie. 'Dat had niet gehoeven, het is niet mijn verdienste. ... Maar ik vond het wel leuk.'