Een eigenwijze kater geeft zijn visie op de samenleving in 'De wereld volgens Wikkes'
Ik weet niet wat het is, maar ik voel een onstuitbare drang om excuses aan te bieden. Afgelopen weken ben ik erg aan het denken gezet over wat mijn soort anderen heeft aangedaan. Daarom wil ik nu graag van de gelegenheid gebruik maken om hier in het openbaar mijn spijt te betuigen over de gordijnen die mijn vader in zijn jonge jaren molde. En ook over het nest jonge muisjes dat mijn moeder van honger heeft doen omkomen. Ze had de moedermuis - na er eerst een uurtje mee gespeeld te hebben - dood op het tapijt laten liggen. Ook buig ik me in het stof vanwege mijn grootvader, die een merelnest leeghaalde, terwijl hij toch genoeg te eten had. En voor de generaties voor hem, die bij mensen in dienst als rattenvanger, niet hun eigen geweten volgden, maar uitging van “bevel is bevel”.
Verder teruggaand kom ik bij mijn verre voorgeslacht de leeuw. Het spijt me tot in de grond van mijn hart dat mijn verre voorouders weerloze christenen hebben verorberd. Ze hadden honger, maar dat is nog geen excuus.
Daar staat wel tegenover dat ik - via diezelfde voorouders - nog enige wrok koester jegens de mens. Dit vanwege Simson, die één van ons op gruwelijke wijze heeft vermoord en diens stoffelijk overschot onbeheerd heeft achtergelaten om enkele weken later honing uit zijn kadaver te eten. Dit is de weerzin ten top, een diepe krenking van de koning der dieren.
Ik zou daarom u ook graag de suggestie doen om op uw beurt dit aandeel van uw voorouders in de verhouding tussen mens en katachtige aan een kritisch onderzoek te onderwerpen. Dat zou een wezenlijke bijdrage kunnen betekenen aan een vreedzamer 21e eeuw.
Even heb ik er nog over gedacht om hier ook gelijk maar spijt te betuigen over de halfbevroren waterhoentjes die ik zelf twee jaar geleden iets sneller aan hun eind hielp. Maar sorry, nee, dat gaat me toch te ver. Dat moeten mijn kleinkinderen maar op zich nemen.
April 2000