Pijltje terug Terug

Een eigenwijze kater geeft zijn visie op de samenleving in 'De wereld volgens Wikkes'

Dolly

Wij katten zijn solitair. Wij zijn daar trots op, maar jullie mensen noemen dat misschien individualistisch. Katten kunnen heel verschillend van uiterlijk zijn. Ik heb mijn gestreepte medehuiskatten gevraagd of zij geen psychisch leed ondervonden van hun streepjesvacht. Ze zijn immers niet zwart zoals ik. Zij op hun beurt vroegen mij of ik mijn witte bef en sokjes niet wilde laten zwarten. En de kat drie tuinen verderop bleek tot mijn verbazing trots op haar lapjesvel.

Jullie, mensen, hechten grote waarde aan gelijkheid: jullie doen je best om zoveel mogelijk op elkaar te lijken. Wat dat betreft zijn jullie duidelijk kuddedieren. Velen van jullie dragen uniformen op het werk. Zelfs mensen die dat niet moeten van de baas, dragen kleding die in de mode is, omdat iedereen dat doet en zij erbij willen horen. Ook jullie huizen lijken allemaal op elkaar. Alleen dankzij huisnummers kun je je eigen huis terugvinden.

Maar jullie gaan nog verder in je streven naar eenheid. Mensen die pakweg na 1970 zijn geboren hebben allemaal een vrijwel identiek gebit, omdat beugels in hun jeugd alle onderlinge verschillen hebben weggewerkt. Littekens, wratjes, wijn- en moedervlekken: ze worden steeds zeldzamer. Gezond, vlekkeloos en rimpelloos is de standaard en jullie noemen dat mooi. Het streven naar perfectie bereikt nu een hoogtepunt in het klonen.

En in dat laatste blijkt hoe schaapachtig dom jullie wetenschappers zijn. Eén van de slimme dingen in de natuur is juist de uitvinding van voortplanting door kruising. Doordat elk nieuw dier een mix is van twee ouderdieren, ontstaat een grote variatie. Dat opent mogelijkheden tot vooruitgang, want de nieuwe mix kan beter zijn dan de oude. Het biedt ook enige bescherming tegen uitsterven: er is bijna altijd wel een variant die bestand is tegen het onheil, waar zijn of haar zusjes aan ten onder gaan.

Door te klonen kunnen jullie een schaap maken, zonder dat daar een ram aan te pas komt. Persoonlijk zal ik daar niet moeilijk over doen: door een ingreep van de dierenarts ben ik voor de vrouwtjes niet meer nodig en daar heb ik me maar bij neergelegd. Maar zijn de heren wetenschappers (het zijn meestal heren, heb ik begrepen) niet bang dat ze met deze techniek straks ook zichzelf overbodig maken? Of denken ze straks als oude bokken respect af te kunnen dwingen door te pochen: "Ik ben de technische vader van Dolly, het schaap?"

Mei 1997

Volgende Pijltje vooruit