Een eigenwijze kater geeft zijn visie op de samenleving in 'De wereld volgens Wikkes'
Brokjes in je bakje. Dat is belangrijk voor een kat. Of het nou gaat om Kitekat of Sheba, eten willen we allemaal. Ieder heeft zo zijn eigen manier om eraan te komen. (Of niet, maar die onfortuinlijke katten zijn gauw dood.) Je kunt in vaste dienst zijn bij mensen, maar ook dan zul je je manieren moeten vinden om je prak te krijgen wanneer jij dat wil. Soms vraagt dat wat opoffering van zelfrespect.
Velen van ons zijn bedreven collectanten: je draait onophoudelijk om je mens heen, jengelt flink en werpt af en toe smekende blikken in zijn of haar richting, zodat zijn hart vroeg of laat moet smelten. En anders geeft hij wel eten om van je gezeur af te zijn, zodat hij rustig zijn krantje kan lezen.
Borre, een vriend van mij, heeft tijdenlang een dubbelleven geleid en twee kosthuizen in bedrijf weten te houden. Tot één van de twee ging verhuizen en hij moest kiezen. Dikke pech voor dikke Borre.
Ik heb geleerd om de voorraadbus met brokjes te openen, ik houd ervan mijn zaakjes zelf te regelen. Inmiddels wordt de bus met brokjes in een kastje gedaan dat ik nog niet heb weten te kraken. Bij de buren is de deur dicht sinds ik mijn vlees van hun aanrecht had gehaald. Inmiddels doet het hele blok aan Attentie Wikkespreventie.
En nou zegt een zekere Muskus dat ik, als ik echt honger heb, wel brokjes mag jatten. Op eigen risico. Anderen zijn daar weer boos over: in onze weldoorvoede wijk is honger volgens hen maar relatief. Ik vind stelen ook een relatief begrip, want van wie zijn die brokjes, als je 't goed bekijkt?
Het is eigenlijk niet zozeer de honger die knaagt, 't Is eerder het feit dat anderen voor mij bepalen wanneer en onder welke voorwaarden ik mijn brokjes krijg, dat mij wanhopig aan de keukenkastjes doet peuteren. Want dat is het wat ik als kat niet verduren kan: dat mijn recht op zelfbeschikking ontnomen wordt door mensen die zelf wel te allen tijde iets lekkers uit de keuken kunnen halen.
oktober 1996